woensdag 15 januari 2014

Wat heb ik geleerd?

SWOT:
Het begon allemaal bij het maken van een SWOT! Mijn sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen formuleren was toch moeilijker dan gedacht. Doorheen de lessen (zowel Wereldoriëntatie als andere lessen) heb ik mijn SWOT aangevuld, ook mijn stage heeft hierbij geholpen. Nu heb ik een goed beeld van mezelf als persoon en als leerkracht.


Educatief aanbod:
Wat is hierbij belangrijk? Speels, leerrijk en enorm gevarieerd!
Kinderen moeten zelf ontdekken, actief! In 'De Nachtegaal' kunnen ze dit doen, zowel binnen als buiten.
Het is goed dat kinderen vele activiteiten kunnen uitvoeren en op deze manier informatie te weten komen! Kinderen leren door te doen!
Ik heb geleerd dat een educatief aanbod zoeken toch moeilijker is dan gedacht, je moet over vele dingen nadenken! Zoeken naar een perfect aanbod voor kinderen is zeker mogelijk, met het nodige opzoekingswerk.


Evalueren:
Ik heb geleerd dat het enorm belangrijk is een goede balans te vinden tussen ervoor zorgen dat iedereen mee is tijdens de les en ondertussen er ook voor zorgen dat niemand zich verveelt, dit is niet altijd even gemakkelijk!
DAAROM: altijd evalueren (voor, tijdens, na). Als leerkracht pas bij een toets zien dat er iemand niet mee is, is het te laat. Je moet leerlingen ondersteunen en helpen wanneer het niet meer gaat, en dit doe je best tijdens de les.

Zorg ook voor gevarieerde werkvormen! Laat leerlingen ook in groep werken, op deze manier leren ze van elkaar (zowel inhoud als sociale vaardigheden).



EDO:
Het is ook belangrijk kinderen kennis bij te brengen rond duurzame ontwikkeling. Het gaat over het leren denken en werken aan een leefbare wereld, nu en in de toekomst, voor onszelf en voor anderen, hier en elders op de planeet.
Kinderen moeten zich hiervan bewust worden, van de gevolgen van hun handelen.
Als er rond dit onderwerp in de actualiteit iets verschenen is, wees da flexibel en speel erop in!




Bestaansdimensies:
Tijdens een les Wereldoriëntatie is het belangrijk om verschillende bestaansdimensies aan bod te laten komen. Ik hield hier vroeger niet zoveel rekening mee, maar nu probeer ik hier zeker aan te denken.
-> leerlingeninitiatief: laat kinderen af en toe mee de onderwerpen beslissen.
We hebben tijdens onze lessen Wereldoriëntatie vooral gewerkt rond mens en techniek. Kinderen houden van experimenteren, ze willen actief aan de slag en zelf ontdekken! Als je goed nadenkt besef je dat techniek overal te vinden is, hier dacht ik vroeger zeker niet aan.


Techniekhoek:
Tijdens het maken van onze techniekhoek heb ik enorm veel dingen geleerd. Het belangrijkste is dat je hier lang over moet nadenken, omdat je ook hier rekening moet houden met de verschillende bestaansdimensies. De hoek moet ook activiteit voor de leerlingen bevatten en moet de leerlingen aanspreken (zowel inhoud als vormgeving moet goed zitten).
Je moet ook verder denken dan het 'gewone', rond een niet-vanzelfsprekend thema (het toilet) kan je enorm veel vinden en doen. In het begin is dit vreemd, maar achteraf gezien hebben we veel geleerd door rond dit thema te werken.




Ik heb enorm veel geleerd tijdens de lessen wereldoriëntatie. Dankzij deze lessen zal ik tijdens mijn stages en jaren als leerkracht zeker alles breder bekijken en niet bij het vanzelfsprekende blijven. Door dit zelf de ervaren en zelf vaardigheden opgedaan te hebben is dit nog duidelijker!




dinsdag 10 december 2013

Focus op techniek: de presentatie

Vandaag was het zover, we mochten onze techniekhoek voorstellen aan onze medestudenten.
De vier onderwerpen die wij gekozen hadden moesten we uitstallen in een 'hoek', aan de medestudenten moesten we uitleg geven over de onderwerpen zodat ook zij zich een beeld konden vormen van onze hoek.

Kort alles nog eens samengevat:

1. Spijsvertering
Wat:
  • Papier spijsverteringsstelsel
  • Leerlingen hangen juiste woordkaarten bij juiste onderdeel van het spijsverteringsstelsel
  • Leerlingen hangen juiste uitleg bij juiste woordkaarten
Commentaar: Deze hoek had niet erg veel met techniek te maken. Het spijsverteringsstelsel is iets van de natuur!

2. Wc-pot maken
Wat:
  • Leerlingen maken een wc-pot uit klei
  • Extra: leerlingen mogen deze wc-pot versieren
3. Uitwerpsel + zeep
Wat:
  • Leerlingen mogen zelf een uitwerpsel 'ontwerpen' aan de hand van peperkoek, gelei en sinaasappelsap. Enorm leuk is ook dat dit uitwerpsel eetbaar is, al zou ik zelf niet meer veel honger hebben ;-)
  • Na het maken van uitwerpsel: vuile handen! Leerlingen hebben aantal dagen voor dit hoekenwerk samen met de leerkracht zeep gemaakt, met deze zeep gaan ze nu hun handjes wassen. Natuurlijk via een speciaal stappenplan: handen wassen met handige hans:
4. Water zuiveren
Wat:
  • Via een stappenplan gaan leerlingen kijken hoe je water kan zuiveren en welke voorwerpen het beste zuiveren.
  • Fles 1: watjes
  • Fles 2: zand
  • Fles 3: kiezels
  • Fles 4: watjes, zand en kiezels (zuivert het beste)
Belangrijk: tussen elke laag komt een koffiefilter om de lagen te zuiveren!

Commentaar: het was een leuke opdracht (leerlingenactiviteit verzekerd), maar we hadden nog verder kunnen gaan met het begrip vervuiling. Waarom is niet al het water op de wereld proper? Wat kunnen we hieraan doen? Denk met kinderen verder na over de milieuproblemen op de wereld!

Geslaagd of niet geslaagd?:
Onze techniekhoek was over het algemeen heel goed! Het waren leuke opdrachten waarbij zeker leerlingenactiviteit aanwezig was. Er was ook een goede samenhang tussen onze verschillende hoeken.
  • Spijsvertering -> toilet maken (uitwerpsel komt in het toilet)
  • Toilet maken -> uitwerpsel maken 
  • Uitwerpsel maken -> handen wassen met zeep (na het maken zijn onze handen vuil)
  • Handen wassen met zeep -> water zuiveren (wassen doen we met water, maar niet al het water is even proper! Wat doen we hieraan?) 
Ik ben in ieder geval tevreden over zowel de samenwerking als het resultaat!

Focus op techniek: les 3

Tijdens de vorige les hadden we besproken wat we gingen doen en hoe we dit zouden aanpakken. Nu stond ons dus nog maar twee dingen te doen:
  • Het werk verdelen onder de groepsleden
  • Aan de slag gaan!
Werkverdeling:
  • Axelle: doelen opzoeken + afdrukken, meenemen: vuil water
  • Paulien: papier spijsvertering afdrukken, foto's uitwerpselen, meenemen: koffiefilters, vod, inkt
  • Jennifer: tekstjes spijvertering maken + afdrukken, zeep maken3
  • Nette: uitwerpsel maken, wc uit klei maken, meenemen: kiezels, zand
  • Aline: woordkaarten afdrukken + plastificeren, stappenplan waterzuivering, meenemen: watjes
Zo, de taken zijn verdeeld, we kunnen eraan beginnen!
We hebben meer werk thuis gedaan dan in de klas omdat dit handiger was (bv: zeep maken, wc kleien, water zuiveren,...)

We hebben nu meer zicht over onze techniekhoek, laat die presentaties maar komen!

Focus op techniek: les 2

Techniekhoek: het toilet
Tijdens deze les mochten we weer in onze groepjes gaan samenzitten om verder te werken aan onze techniekhoek.
Twee van de vijf groepsleden waren afwezig, dus doorwerken was de boodschap!

Het toilet vonden we toch wel een vreemd thema. Wat kan je nu vertellen en uitwerken rond het thema 'toilet'.
Wel ik kan je nu (na het maken van de hoek) al wel vertellen: MEER DAN JE DENKT!

We gingen gestructureerd te werk!

1. Brainstorm
Als eerste gingen we brainstormen. Brainstormen vonden we allemaal heel belangrijk, want door een brainstorm kom je op onderwerpen, gedachten en ideeën waar je normaal nog niet eens aan zou denken. Wij vinden het in een hoekenwerk belangrijk dat je verder denkt dan het normale, dat je gaat denken aan dingen die 'erachter' zouden kunnen zitten.

Enkele voorbeelden:
  • Het spijsverteringsstelsel: als we eten legt dit eten een lange weg af,  van de mond tot de anus. En waar gaat het daarna naartoe? Ja, inderdaad, in het toilet (hopelijk toch).
  • Water zuiveren: bij een wc heb je water nodig, maar niet al het water is even proper. Samen met kinderen water zuiveren leek ons heel leuk en dit zet de kinderen ook aan het denken over de milieuproblemen in de wereld.
  • Loodgieter: wie maakt het toilet, wie komt er kijken als er iets mis is aan ons toilet? Inderdaad, de loodgieter.
  • ...
Er waren nog veel meer ideeën, te veel om op te noemen!

2. Het leerplan: doelen en inhoud
Na onze brede brainstorm moesten we gaan beslissen welke onderwerpen we zouden verwerken in onze hoek, maar dit was niet zo simpel!
In elke hoek moesten doelen terug te vinden zijn uit een andere bestaansdimensie. Met andere woorden: 4 hoeken, alle 4 een andere bestaansdimensie!

3. Welke onderwerpen gaan we uitwerken in onze techniekhoek?
Welke vier onderwerpen vinden wij het meest geschikt voor onze leerlingen? Waar kunnen ze het meest uit leren? MAAR VOORAL: waarbij is voldoende leerlingenactiviteit mogelijk?
De vier onderwerpen:
  • Het spijsverteringsstelsel: er hangt een groot papier van de spijsvertering aan het bord. Leerlingen moeten bij de delen van de spijsvertering de juiste woordkaarten hangen (maag, slokdarm,...) en daarna de juiste uitleg bij elke woordkaart zoeken.
  • Wc-pot maken: aan de hand van klei kunnen leerlingen zelf een toilet maken. Als dit af is kunnen ze deze ook versieren (schilderen, kleven,...). Maar het belangrijkste is dat ze ontdekken hoe een wc eruit ziet (bril, knop, leidingen,...)
  • Zeep + uitwerpsel: leerlingen kunnen aan de hand van peperkoek, gelei en een beetje sinaasappelsap zelf een uitwerpsel maken. Dit kunnen ze dan in een eigen gekozen vorm maken, maar nog leuker: het is eetbaar! Na het maken van dit uitwerpsel zijn hun handen vuil en moeten deze gewassen worden. We hebben voor het begin van deze techniekhoek al samen zeep gemaakt, nu gaan ze aan de hand van een stappenplan op de juiste manier hun handen wassen (handig wassen met handige Hans).
  • Water zuiveren: water zuiveren doen we aan de hand van flessen (1,5l), watjes, zand, kiezels en filters. In deze hoek zullen 4 flessen staan! In de eerste fles zitten enkel watjes, in de tweede enkel zand en in de derde enkel kiezels. In de vierde fles zit alles samen! Wat zou het beste zuiveren? Ik ben alvast benieuwd!
Volgende keer gaan we verder met de uitwerking van de hoeken en verdelen we het werk. Ik heb er al zin in!

Focus op techniek: les 1

Waarom zouden we techniek gebruiken in de lagere school?
  • Ten eerste: het is de visie van het leerplan! 'Mens en techniek', er zijn doelen die bereikt moeten worden met de leerlingen.
  • Ten tweede (persoonlijk vind ik dit belangrijker): het is binnen de werkelijkheid en de leefwereld van de kinderen. Kinderen komen elke dag met techniek in contact, bewust of onbewust. Ze zijn ook graag bezig met techniek!
Ik ben zeker geen persoon die heel technisch is aangelegd, maar ik zal zeker mijn best doen meer techniek in mijn lessen aan bod te laten komen, want kinderen leren hieruit!

Technische geletterdheid:
Iemand die technisch geletterd is bezit een unieke combinatie van:
- inzicht hebben in techniek (techniek begrijpen)
- techniek kunnen gebruiken (techniek hanteren)
- techniek in een bredere maatschappelijke context plaatsen (techniek duiden)

Bij technische geletterdheid hoort ook een matrix, kijk maar:


Matrix verder uitgelegd:

  • Technisch systeem = wat ga je onderzoeken en aan de hand van welk systeem?
  • Technisch proces = hoe moet het eruit zien (ontwerpen), hoe werkt het (bepaald systeem) en hoe ga je het gebruiken?
  • Hulpmiddelen = welke hulpmiddelen heb je nodig om het te kunnen begrijpen?
  • Keuzes = welke keuzes moeten er gemaakt worden, hoe ga je het hanteren en wanneer gebruik je welke keuze?
Op het einde van deze les kregen we nog een opdracht: maak in groep een techniekhoek!

Groepsleden:

  • Axelle Louis
  • Paulien Cuypers
  • Nette Wellens
  • Jennifer Goossens
  • Aline De Bois
We mochten al even samenzitten om te overleggen, maar we wisten niet goed hoe we hiermee aan de slag moesten..
Als dat maar goed komt!


dinsdag 26 november 2013

Een les wereldoriëntatie

Hoe gaan we een les wereldoriëntatie geven? Hoe beginnen we hieraan?

Stappenplan:
1. Lesonderwerp bepalen
2. Brainstormen over het onderwerp
3. Doelen formuleren
4. Inhouden bepalen
5. Lesfasen uitwerken
6. Voorbereiding uitschrijven
7. Uitvoeren

Een les wereldoriëntatie maak je dus best aan de hand van dit stappenplan en niet anders!

Ook belangrijk is dat binnen een les wereldoriëntatie meerdere bestaansdimensies aan bod komen.
Bestaansdimensies:
- Mens en levensonderhoud
= Hoe voorzien we in ons levensonderhoud?
- Mens en zingeving
= Hoe geven we zin aan ons bestaan? Waarom doen we wat we doen?
- Mens en het muzische
= Hoe geven we uiting aan en genieten we van ons verlangen naar originele expressie en harmonie?
- Mens en medemens
= Hoe gaan we om met onszelf en met anderen?
- Mens en samenleving
= Hoe passen we ons in in het grotere samenlevingsnetwerk? hoe gaan we om met regels, macht en gezag?
- Mens en techniek
= Hoe zetten we de materie naar onze hand om onze behoeften te voldoen en onze beperktheden op te heffen?
- Mens en natuur
= Hoe gaan we om met de natuur en hoe worden we erdoor beïnvloed? hoe zit de natuur rondom ons in elkaar?
- Mens en tijd
= Hoe gaan we om met de tijd? hoe is het heden geworden zoals het nu is? Naar welke toekomst evolueren we?
- Mens en ruimte
= Hoe gaan we om met de ruimte? Hoe is onze leefruimte opgebouwd? Waar doen zich fenomenen voor en waarom daar?

Visie op wereldoriëtatie

Waaraan moet een goede les wereldoriëntatie voldoen? Wat moeten leerkrachten doen om de doelen en eindtermen in het leerplan te bereiken?

1. Basisvaardigheden en basisinzichten
= De leerlingen moeten een basis creëren waarop ze later kunnen verder bouwen.
2. Multiperspectiviteit
= Kinderen moeten naar de werkelijkheid leren kijken vanuit verschillende invalshoeken, met diverse brillen zeg maar, én met oog voor de onderlinge samenhang ervan.
3. Thematisch
= Werken met thema's en projecten die de werkelijkheid vanuit diverse bestaansdimensies belichten. Werkt dus niet maar aan één invalshoek!
4. Leerlingenactiviteit en leerlingeninitiatief
= Betrek de leerlingen voldoende bij elke les! Laat de leerlingen ontdekken, doen en verwoorden.
5. Werkelijkheidsnabij en concrete waarneming
= Breng de werkelijkheid in de klas en laat de kinderen de objecten/voorwerpen waarnemen. Kijken naar foto's is goed, maar werkelijkheidsnabij werken is NOG beter!
6. Variatie in werkvormen
= Durf eens iets uitproberen met je klas. Durf afstappen van het idee dat de leerkracht vooraan staat en les geeft aan de leerlingen. Dit kan ook buiten, in een hoekenwerk,...
7. Leefwereld en interessesporen
= Ga op zoek naar wat jouw leerlingen interessant vinden en waar ze mee bezig zijn. Zorg dat je lessen zoveel mogelijk aansluiten bij dit thema!
8. Leerlijnen
= Zorg dat er een rode draad loopt doorheen je lessen, zorg voor een samenhang. Het is ook belangrijk dat kinderen deze samenhang zien, zo onthouden ze de leerstof beter!